Arend Dickmann: Een Pools-Nederlands-Duitse zeeheld

Precies 391 jaar geleden, op 4 december 1627, vond in Gdańsk een belangrijke gebeurtenis plaats. Een mooi rond getal was natuurlijk aansprekender geweest, maar negen jaar wachten met schrijven is ook weer zoiets.

Maar goed, zoals ik al zei: 391 jaar geleden gebeurde in Gdańsk dus iets bijzonders. Met veel vertoon werd de laatste eer bewezen aan een aantal zeehelden, die werden begraven in de grootste kerk van de stad, de Mariakerk. De zeelieden waren gesneuveld in de Slag bij Oliwa, waarbij op 28 november de Zweedse vloot door de Polen was verslagen. Een van de gevallenen was de Poolse admiraal, met de opvallend Nederlands klinkende naam Arend Dickmann. Het is de moeite waard om wat langer stil te staan bij deze intrigerende figuur en zijn weinig bekende geschiedenis.

Arend Dickmann op een Poolse medaille uit 1993

De zeeslag was onderdeel van een oorlog die was begonnen in 1626, toen de Zweedse koning Gustavus II Adolphus Pools Pruisen was binnengevallen. Gdańsk was als belangrijkste havenstad van Polen-Litouwen en het hele Oostzeegebied de grootste twistappel van het conflict, maar het lukte Gustavus niet om de stad in te nemen.

De Slag bij Oliwa, vlakbij Gdańsk, werd gadegeslagen door een Nederlandse diplomatieke delegatie, die was komen onderhandelen over een Pools-Zweedse vrede. Een secretaris van de missie, Abraham Booth, schreef er onder meer het volgende over:

“(…) naer een vier uyrige onseeckere Bataille [is] eyntelijck de Victorie aende Poolsche oft Dantzicker zijde ghebleven, die het Admiraelschip (vermits den Admirael doort afschieten van den eenen Arm gestorven, ende seeckeren Jonghen die de Lont om’t Kruyt aen te steecken gereet hadde, het Hooft afgeschooten, was) bekomen ende daer naer binnen ghebracht hebben (…).”

De Slag bij Oliwa afgebeeld in het verslag van Abraham Booth

Admiraal Arend Dickmann (of Arendt/Arndt Dickman/Dijckman) had de Polen de overwinning gebracht. Bij het enteren van het Zweedse vlaggenschip had een kanonskogel echter zijn benen geraakt, waarna hij als een ware zeeheld in de strijd was gesneuveld. Ook een kapitein van de Poolse vloot, Jan Storch, had de strijd niet overleefd. Op 4 december werden hun lichamen, samen met dat van de Zweedse admiraal Nils Stiernsköld, bijgezet in de Mariakerk. Booth beschreef de begrafenis als volgt:

“Den 4. Decembris naer den middach, is den Dantzicker Admirael ende een Capiteyn die int den slach ter Zee, (die voorleden Maent ghehouden) waren ghebleven : met groote solemniteyt (gaende de Gevangene Sweden tot by de hondert voor-aen, twee en twee aenden andere ghebonden) ter aerden ghebracht, de Krijghs-Commissarisen van den Coninck van Poolen ende de gantsche Magistraet van Dantzick waren mede ter lijck-statie. De Sweetschen Admirael Sternschilt, die als te vooren gheseyt is, doort afschieten van eenen Arm mede ghebleven was [oftewel gestorven – PH], wiert oock daer naer ter Kercken ghebracht, ende in seecker Capelle gheset, tot naerder ordre.”

Als we online naar informatie zoeken over Arend Dickmann, komen we steeds hetzelfde verhaal tegen: hij zou een Nederlander zijn geweest, die begin zeventiende eeuw al naar Gdańsk was verhuisd. Bovendien zou hij niet op 4, maar op 2 december zijn begraven.

Om met dat laatste te beginnen: zowel het verslag van Abraham Booth als de in Gdańsk gedrukte lijkrede op Dickmann, vermelden als datum van de begrafenis 4 december. Hoe men dus bij 2 december is gekomen, is mij een raadsel (misschien heeft het iets te maken met uiteenlopende kalenders, maar dat soort zaken levert volgens mij doorgaans grotere verschillen op).

Een gezicht op Gdańsk uit 1575 (met rechts van het midden de grote Mariakerk)

Een belangrijkere zaak betreft echter de afkomst van de admiraal. Volgens diverse websites en een Pools biografisch woordenboek heette Dickmann eigenlijk Dijckman en kwam hij oorspronkelijk uit Delft. Hij zou dus niet alleen (of: zozeer) een Poolse, maar ook (of: als wel) een Nederlandse zeeheld zijn. Dickmann klinkt inderdaad als Dijckman, maar het bewijs voor zijn Nederlandse afkomst blijkt bij nader inzien dun.

Vermoedelijk baseert het Poolse biografische woordenboek zich op informatie uit de Duitstalige lijkrede, die werd uitgesproken door Jan Jacob Cramer, een plaatselijk bekende priester. Volgens die tekst was Dickmann in 1572 geboren in “Carspel Delffe” te “Ditmarsen”, en was hij na reizen door onder andere Engeland, Spanje en Italië naar Gdańsk gekomen. “Delffe” lijkt sterk op Delft, waardoor de Poolse biograaf geconcludeerd moet hebben dat Dickmann’s familie daarvandaan kwam. In “Ditmarsen”, de Duitse regio Dithmarschen, zou de toekomstige admiraal vervolgens een deel van zijn jeugd hebben doorgebracht.

Er valt echter een en ander aan te merken op een dergelijke interpretatie. Ten eerste zegt de lijkrede simpelweg niets over een familie uit Delft of een in Duitse gebieden doorgebrachte jeugd. Ten tweede gaat een “Nederlandse” lezing voorbij aan de dubbele plaatsnaam: “Carspel Delffe”. Dat lijkt al een stuk minder op Delft (al kan “Karspel” of een variant daarop ook “kerkgemeente” betekenen). Als we uitgaan van “Carspel Delffe” als geboorteplaats van Dickmann, stuiten we echter op het volgende probleem: in Dithmarschen komt deze plaatsnaam niet voor. Er zijn wel plaatsen die doen denken aan een van de twee namen (“Katrepel/Kattrespel” en “Delste”, bijvoorbeeld), maar dat verklaart niet waarom “Carspel” en “Delffe” door Cramer aan elkaar gekoppeld zijn.* Wat betreft de mogelijk Nederlandse afkomst van Dickmann kunnen we ons bovendien afvragen of Abraham Booth, tenslotte zelf een Nederlander, niet vermeld zou hebben dat de admiraal een landgenoot van hem was. In plaats daarvan wordt Dickmann enkel “den Dantzicker Admirael” genoemd. Hoe dan ook is hij uiteindelijk de geschiedenis ingegaan als Poolse zeeheld van Nederlandse komaf.

Het graf van Dickmann in de Mariakerk te Gdańsk

De herkomst van Arend Dickmann blijft  voorlopig een mysterie. Gelukkig is zijn laatste rustplaats wel precies bekend: ruim tien jaar geleden hebben Poolse archeologen het graf van de roemrijke admiraal in de Mariakerk teruggevonden. Een nieuwe gedenkplaat herinnert nu aan de winnaar van de Slag bij Oliwa, ongeacht of hij nu een Poolse, Nederlandse of Duitse zeeheld was – of een beetje van allemaal.

 

 

*Voor zover ik kan nagaan, werd dit voor het eerst opgemerkt door Edmund Kotarski, in Gdańska poezja okolicznościowa XVII wieku (Gdańsk: Instytut Bałtycki 1993), p. 352, n. 36.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *